Federaal niveau

Aangezien veel bevoegdheden naar het District-niveau gaan zijn de bevoegdheden van het federaal niveau beperkt maar toch nog altijd belangrijk. Deze zouden kunnen zijn: Organisatie Federale Staat, Financiën, federale belasting en budgetcontrole, Buitenlandse zaken, Binnenlandse zaken, Defensie, Migratie en ontwikkelingshulp, Milieu en energie, Sociale zaken, Universiteiten (enkel masters) en Innovatie. 

Met België als kieskring kiezen we parlementairen op basis van één per 100.000 burgers; dat komt neer op 115 rechtstreeks verkozenen aangevuld met één parlementslid per district. Aangezien er 20 districten zijn (13 Vlaamse, 6 Waalse en Brussel), betekent dit in totaal 142 parlementairen. Het aantal ministers moet beperkt worden tot één per FOD of ministerie, een eerste minister en drie vice-premiers (Voor 13 Vlaamse districten, 6 Waalse districten en voor Brussel). De kabinetten moeten beperkt worden tot 3 kabinetsleden aangevuld met de verantwoordelijken van het ministerie.

Aangezien het zeer moeilijk is voor de partijvoorzitters om een regering samen te stellen laten we het parlement beslissen wie er minister wordt. Elke partij (ook de stoute) mogen voor elk ministerie een kandidaat voorstellen. Het parlement, aangevuld met de districtsparlementen, beslist in een geheime stemming welke kandidaat voor welk ministerie gekozen wordt en wie als eerste minister. De stemming gebeurt in 2 rondes: na de eerste blijven de 2 belangrijkste kandidaten over. In de 2de ronde wordt gekozen uit deze twee. Dat zou een raar resultaat kunnen geven, wat de partijvoorzitters zeker niet graag hebben. Maar uitgerekend die partijvoorzitters zijn het probleem van onze democratie. De wetgevende macht moet terug naar waar ze hoort, in de parlementaire commissies en het parlement. Zo’n regering kan samengesteld zijn uit mensen uit meerdere partijen. Dat is geen probleem aangezien een regering enkel moet uitvoeren wat het parlement beslist heeft. 

Er zal dus voor elk voorstel van de regering een meerderheid gezocht worden, die uiteraard wisselend kan zijn. De regering moet er voor zorgen dat het land goed bestuurd wordt. Ze moet er dus voor zorgen dat de kosten niet uit de hand lopen. We moeten onze kinderen niet opzadelen met massale schulden en een afkeer voor de politiek.

Ik maak me geen illusies dat dit voorstel kans maakt, aangezien de partij-orakels beslissen wat er met ons land gebeurt, ook als is dit tegen de zin van de bevolking. Meer inspraak door referenda zou daarvoor een oplossing kunnen zijn.

Ministeries, politie en gerecht moeten georganiseerd worden per district, wat een grote decentralisatie betekent. De politiezones moeten samenvallen met de districten. Ook intercommunales moeten worden opgericht per district. De basisbehoeften van mensen; water, elektriciteit, gas, internet  en openbaar vervoer moeten ondergebracht worden in intercommunales per district.

Senaat

De senaat moet een andere functie krijgen en wordt niet langer direct verkozen maar geloot. De leden van de senaat worden geloot uit alle verkozen mandatarissen (14.366) van alle niveaus. Deze loting zal jaarlijks plaatsvinden: het eerste jaar worden alle 231 senatoren geloot, daarna wordt elk jaar 20 % van de leden vervangen. Op deze manier is er een continue vernieuwing van de leden, maar met behoud van continuïteit. Uiteraard krijgen ze niet langer de vergoeding van een senator, maar een vergoeding naar prestaties. Ook het aantal werkuren is beperkt omdat hun taak veranderd is, ervoor zorgen dat de burger gehoord wordt.

Vlaams en Waals parlement

Het Vlaams en Waals parlement worden afgeschaft als apart parlement. De burger heeft het gehad met al die ministers die te dikwijls in onze nieuwsuitzendingen verschijnen en dan nog meestal om mekaar tegen te spreken of slecht beleid te voeren. De districten bepalen nu het beleid voor hun district.

Parlementaire Commissies

Parlementaire commissies krijgen een heel belangrijke functie in de toekomstige werkwijze. Het is daar en niet in de regering dat het wetgevend werk gebeurt. Er moet een parlementaire commissie komen voor elk beleidsdomein [FOD’s] of ministerie. Plenaire vergaderingen in het federaal parlement worden uitzonderingen. Wetten moeten gemaakt worden door Parlementaire Commissies, goedgekeurd door het  Parlement en niet door de Uitvoerende macht (regering).

Loon naar werken

Nogal wat politici vinden dat mensen loon naar werken moeten krijgen. Dat is volkomen waar, maar waarom is dit anders voor parlementsleden? Geef ze een vergoeding per gewerkt uur. In veel bedrijven bestaat er een tikklok, dat is om aanwezigheid aan te tonen. Waarom zouden we politici niet kunnen verplichten om te klokken als ze binnen komen en terug klokken als ze buiten gaan. Zo kunnen ze betaald worden voor geleverd werk en dit op alle niveaus.

Organisatie van het politieke toneel

Het provinciaal niveau is vervangen door een entiteit die dichter bij de leefwereld van de burgers staat, want het is vervangen door de 13 stadsgewesten. Om de parlementsleden dichter bij de burger te brengen is ervoor gekozen om de functie van provincieraadslid en Vlaams parlementair samen te voegen. Daardoor zijn er slechts 2 verkiezingen per 5 jaar: gemeente en district. Het is beter dat deze verkiezingen niet samenvallen met de Federale en Europese verkiezingen.

Kandidaten mogen slechts op één niveau deelnemen aan de verkiezingen voor gemeente en district. Kandidaten die verkozen zijn voor het district kunnen uiteraard niet meer meedoen voor een zitje in het Federaal of Europees parlement.  De kieskringen zijn uiteraard de gemeente en het district.

Wie is er dan verkozen? 

De kandidaten zijn verkozen in dalende volgorde van het aantal behaalde stemmen. Hierdoor wordt de lijststem afgeschaft (geen discussies meer rond de lijstvorming).     Wie is verkozen voor de Gemeente: diegenen die het hoogste aantal stemmen heeft wordt burgemeester. Volgens de grootte van de gemeenten worden de schepenen ook vastgelegd volgens het aantal voorkeurstemmen en de gendergelijkheid. Dit is een indirecte manier om de burgemeester en zijn schepenen rechtstreeks te verkiezen. Het mag duidelijk zijn dat de burgemeester en zijn schepenen hierdoor niet allemaal van dezelfde partij zijn. Het is toch wel de bedoeling dat de verkozenen er zijn voor de bevolking en niet voor de partij. De burgemeester en de schepenen maken geen deel uit van de gemeenteraad. Zij zijn de uitvoerende macht en de gemeenteraad is de wetgevende macht. Zij geven leiding aan de verschillende diensten van de gemeente.

Op District-niveau (=kieskring) wordt de gouverneur niet langer benoemd maar verkozen zoals de burgemeester, met het meeste aantal voorkeurstemmen. De gouverneur stelt zelf zijn kabinet (bestuursploeg) samen, dat uiteraard moet goedgekeurd  worden door de district-raad. De bestuursploeg maakt geen deel uit van de raad. Zij zijn de uitvoerende macht en besturen de diensten.

Om burgers een kans te geven om zich verkiesbaar te stellen zonder bij een partij te horen,  moet er op elke kieslijst ook een ‘lijst Onafhankelijken’ zijn. Die lijst kan gevuld worden met vrijwilligers, mensen die politieke verantwoordelijkheid willen opnemen, maar die zich niet kunnen vinden in de bestaande partijen. Iedere vrijwilliger die op die lijst wil komen moet 50 handtekeningen verzamelen.

Wat met coalities?

Coalities zijn een aanfluiting van de democratie. Zij horen thuis in een particratie met alle macht aan de partijvoorzitters. Tijdens coalitiegesprekken wordt er vastgelegd wat er zal gebeuren de volgende vijf jaar. Reeds hierbij gaat het niet langer over de burger, maar over het verwerven van een machtspositie. Daarna is er geen oppositie meer mogelijk, aangezien de meerderheid beslist. Alleen als er een paar partijgenoten afwezig zijn kan er een probleem ontstaan om een idee door de gemeenteraad of stadsregio-raad te jagen. Het overleg over het programma zal dus met de gemeenteraad  of de stadsgewest-raad moeten gevoerd worden en niet door de coalitiepartners, die er niet meer zijn. 

In een democratie moet er een scheiding tussen de machten zijn. Met zijn allen hebben we aanvaard dat de meerderheid (50 + 1) bepaald wat er gebeurt. Zie maar wat er gebeurt bij een referendum zoals over de Brexit? Ongeveer de helft van de bevolking blijft ontevreden achter. Dit kan toch niet de bedoeling zijn van een goed bestuur. Heeft de oppositie dan nooit een goed idee? Misschien moeten we zeker op gemeentelijk niveau naar een “gulden meerderheid” voor beslissingen.

De Burgermeester en zijn schepenen, de Gouverneur van het district en zijn kabinet moeten ervoor zorgen dat er uitgevoerd wordt wat er door de gemeenteraad of stadsgewest-raad beslist is. Zij moeten niet beslissen wat er moet gebeuren. Politiek voeren is niet gelijk aan het leiden van een bedrijf, waar de bedrijfsleiding beslist wat er zal gebeuren. In een representatieve democratie moeten de gekozenen luisteren naar hun kiezers en niet naar de partijleiding.

Er zijn politici die alleen maar begaan zijn met efficiëntie maar vergeten de legitimiteit, dus de burger. Ze willen alles fusioneren om zo meer efficiëntie te verkrijgen, maar creëren daardoor een grotere bureaucratie, wat de kosten niet verminderd en wat meestal een vermindering is van de service aan de burger. 

De meerderheidsregeringen zoals we die nu kennen hebben het parlement uitgeschakeld. Wetten worden enkel proforma in het parlement gestemd. Alle parlementsleden van de meerderheid worden verplicht voor een voorstel van de regering te stemmen, partijdiscipline noemen ze dat. Een discussie in het parlement is enkel nog een mediagebeuren, maar wel heel slecht parlementair theater. Als men niet kiest voor de gulden meerderheid, moet er gekozen worden voor minderheidsregeringen.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.